Inflatie als reddende engel

Met hoeveel denkt u dat de Nederlandse staatsschuld in de eerste twee jaar van de coronacrisis is opgelopen? Ik kan me voorstellen dat die vraag u na dat zonnige paasweekend wellicht wat rauw op het dak valt, dus laat ik u een handje helpen. In het vierde kwartaal van 2019, vlak voor het uitbreken van de coronacrisis, bedroeg de omvang van deze schuld net iets minder dan €395 mrd, waarmee het als percentage van bbp op 48,5% stond. Veilig onder de 60% EU-norm.

En toen kwam covid. In het eerste kwartaal van 2020 kregen we te maken met de eerste ‘intelligente’ lockdown, maar voor het einde van het jaar was er weinig intelligents meer aan. Geen school, geen kantoor en geen kerst met de familie. Het ene reddingspakket na het andere werd uit de kast gerukt, waarbij de miljarden je om de oren vlogen.

In april van 2020 maakte de toenmalige minister van Financiën, Wopke Hoekstra, al bekend dat het begrotingstekort dat jaar wel eens kon oplopen tot 12%, waarmee de staatsschuld richting de 65% zou gaan. ‘Buiten oorlogstijd zonder precedent’, zo duidde Hoekstra de historische situatie in deze krant. Let wel, we hebben het tot nu toe over 2020; 2021 moest dus nog komen. Ook dat jaar zaten we weer eenzaam thuis met de kerst en belandden we in de strengste lockdown tot dan toe, inclusief avondklok. En de overheid maar pompen met miljarden euro’s steun.

Terug naar de vraag

Waarmee ik terugkom op mijn vraag: wat denkt u dat de schade is van dit akkevietje? Gevoelsmatig kom je volgens mij al snel tot de conclusie dat we die 60%-norm in de achteruitkijkspiegel hebben liggen, toch? Niets is echter minder waar: volgens het CBS kwam de schuldquote in het vierde kwartaal van 2021 op 52,1% uit. Al met al heeft covid ons dus minder dan 4%-punt van het bbp gekost.

Hoe kan dat? Deels is dit te danken aan het feit dat de Nederlandse economie veel beter presteerde dan werd gedacht, waardoor de (belasting)inkomsten van de overheid hoger uitvielen en de (steun)uitgaves juist lager.

Toch is dat zeker niet het hele verhaal, want een deel van de meevaller is ook terug te voeren tot een inflatie-effect. Schuld wordt nou eenmaal uitgedrukt als percentage van het nominale bbp. Stijgt de noemer (=bbp) als gevolg van oplopende inflatie, dan trekt dat de schuldratio automatisch naar beneden. Zo zag je dat de schuldquote weliswaar in het eerste kwartaal van 2021 piekte, maar in absolute termen liep de schuld gedurende het jaar verder op naar €448 mrd in het vierde kwartaal.

Van een daling van de schuld is dus zeker geen sprake. Het is de stijging van het bbp – en daarmee indirect de inflatie – die voor een meevaller zorgt.

(Origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 20 april 2022)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s