Inflatie op de verkeerde plek

Lang, lang geleden heb ik een blauwe maandag stage gelopen bij De Nederlandsche Bank. Twee maanden om precies te zijn, waarvan ik er prompt twee weken ziek thuis zat, dus het was om voordat ik er erg in had. Ik vond het niets: te netjes, te politiek en te gezapig. Dat ze anno 1990 nog niet eens een vaste computer voor de stagiair hadden en dat ik dus alles met pen op een kladblok moest schrijven, bevestigde dat ik hier niet bepaald in een ‘jonge en dynamische omgeving’ aan het werk was. Je mocht best een mening hebben, maar dan wel eentje die netjes binnen de stippellijntjes van het wenselijke bleef: aan de stagiair de taak om de plaats van die stippellijntjes zo snel mogelijk te ontdekken.

Er liep één persoon rond die wars van dit proces was. Een teruggetreden afdelingschef die zijn laatste dienstjaren op de afdeling uitzat in een soort vrije adviesrol. Bevrijd van de stippellijnen gaf hij gevraagd en ongevraagd zijn mening over wat er ter sprake kwam. Een soort orakel eigenlijk, want de gedachtegang achter zijn opmerkingen was niet altijd even duidelijk. Zo kwam hij naar aanleiding van een discussie over het ontbreken van een verband tussen de hoge geldgroei enerzijds en lage inflatie anderzijds met de vraag wat inflatie nou eigenlijk was. Tsja. Een dergelijke filosofische invalshoek kwam de discussie niet altijd ten goede.

Overigens bleek in dit specifieke geval dat zijn vraag concreter was dan ik in de eerste instantie dacht. De vraag die hij eigenlijk stelde was: wie zegt dat de stijging van aandelenmarkten of huizenprijzen niet ook inflatie is? Dat het (te) ruime monetair beleid dus eigenlijk wel degelijk tot inflatie had geleid, maar op plekken die buiten de officiële definitie van de consumentenprijsindex lagen.

Ruim monetair beleid leidt wel tot inflatie

Aan deze opmerking moest ik denken toen ik vorige week een opmerking van Lex Hoogduin op Twitter langs zag komen. “Volgens sommigen zit de Nederlandse economie in een liquiditeitsval met deflatie. Ondertussen stijgen huizenprijzen in Amsterdam met 20% en gemiddeld 5,5%.” Ruim monetair beleid leidt wel degelijk tot een prijseffect, maar niet tot een inflatie-effect. Helemaal mee eens.

De vraag is alleen, kunnen we hier verder iets mee? Dat het vermogen van een groep van Amsterdamse huizenbezitters een sterke stijging heeft laten zien, betekent niet dat de Nederlandse economie er als geheel opeens veel beter voorstaat, toch? Het werkloosheidspercentage wijzigt niet, het besteedbare inkomen niet, alleen de vooruitzichten in een specifieke regio wellicht iets. Dat een klein deel van de Nederlandse economie als een dolle draait verandert echter weinig aan het lot van de rest van het land. Om te zeggen dat we daarmee toch inflatie hebben, lost verder niets op.

(origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 11 april 2016)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s