Bloeiende woestijn

Corné van Zeijl verzuchtte afgelopen vrijdag in zijn column in deze krant dat het moeilijk overleven was “in deze woestijn van rendementen”. Ik quote: “Niets lijkt op dit moment enig normaal rendement te leveren.” Met dank aan de lage rente van de ECB.

Mooi verwoord, dat geef ik hem, maar als ik naar de rendementen over het eerste kwartaal kijk, kan ik moeilijk anders dan concluderen dat de woestijn uitbundig in bloei heeft gestaan. Wat te denken van het 16,5% rendement die je in de eerste drie maanden in goud had gekregen? Of wie haalt er zijn neus op voor de 4,7% die je had kunnen verdienen met een belegging in obligaties van opkomende markten? Te exotisch allemaal? Dan blijven we toch dichter bij huis: een belegging in een breed mandje van Europese staatsobligaties had u doodleuk 3,4% opgeleverd. Bedrijfsobligaties? 3,0%. En dat allemaal in slechts één kwartaal.

Klopt het wel?

Ik vermoed dat bovenstaande lijstje de nodige vragen oproept. Het kan toch zeker niet kloppen dat vier van de vijf beste rendementen in het eerste kwartaal in de obligatiemarkt behaald zijn? Hoe kun je nu 3,4% rendement in Europese staatsobligaties behalen als de gemiddelde rentevergoeding aan het begin van het jaar slechts 0,72% was? Dat kan je na drie maanden toch pas maximaal 0,18% rendement hebben behaald?

Niet dus. Het rendement op een obligatie bestaat enerzijds uit een rentevergoeding, maar hangt anderzijds af van de koersschommeling die gedurende een periode plaatsvindt. Koop je een obligatie en houd je die tot het einde van de looptijd, dan weet je dat die schommeling precies nul procent oplevert: je krijgt aan het einde van de rit je oude inleg weer terug. Op de lange termijn is je rendement dus gelijk aan de rente, maar op de korte termijn kan een obligatie best duurder of goedkoper worden. Zolang er meer vraag dan aanbod naar obligaties is, kun je dus nog steeds goede rendementen behalen, zoals het eerste kwartaal duidelijk heeft gemaakt. Het is niet de rente, maar de beweging van de rente die het rendement bepaalt, op korte termijn.

Vol in obligaties dus? Achteraf gezien was dat voor het eerste kwartaal inderdaad de beste keuze geweest, dit succes kent een natuurlijke begrenzing. Zoals ik al beschreef, keren obligaties aan het einde van de rit altijd weer terug naar hun originele waarde. Als je dus vasthoudt aan je bestaande obligatieportefeuille, moet de tussentijdse koerswinst op een goed moment weer worden ingeleverd. Misschien niet volgend kwartaal, maar eens toch zeker. Op de lange termijn is het de rente die je rendement bepaalt.

Bij tweede lezing denk ik dat ik Corné toch gelijk moet geven. Rendement heb je wel gekregen, maar of je het nu normaal kunt noemen…?

(origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 4 april 2016)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s