De geur van recessie

Staat Amerika aan de vooravond van een nieuwe recessie? Wie het slagveld van de financiële markten en de zwakke Amerikaanse macrocijfers van de afgelopen weken overziet, kan niet om deze vraag heen. Zo kwam de S&P 500 vanaf augustus vrij abrupt in een duikvlucht terecht, zakte de ISM manufacturing index in drie maanden tijd terug van 53,5 naar 50 en zien we de gestage erosie van winstmarges. Toegegeven, geen van deze indicatoren is voldoende om de diagnose recessie volmondig vast te stellen, maar de optelsom ervan roept op zijn minst vragen op. Het is nog subtiel, maar de geur van een recessie hangt onmiskenbaar boven de markt.

En toch is het antwoord op die eerste vraag simpeler dan het lijkt. Amerika staat niet aan de vooravond van een recessie, het zit er al midden in. Wie de officiële definitie van twee kwartalen negatieve groei hanteert, kan moeilijk anders concluderen. Het belangrijke punt hierbij echter is dat het niet gaat om de hele economie, maar om een klein deel daarvan: de mijnbouwsector. Met een negatieve groei van 1,2% in het eerste kwartaal en 3,6% in het tweede kwartaal voldoet deze sector met gemak aan de traditionele definitie van een recessie. De sterke daling van grondstoffenprijzen en dan vooral die van olie, heeft de sector duidelijk niet onberoerd gelaten.

Hoe belangrijk is de oliesector nou eigenlijk?
De echte vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: is de groeiafzwakking van de mijnbouwsector groot genoeg om de gehele Amerikaanse economie in een recessie te trekken? Op het eerste gezicht lijkt dat onwaarschijnlijk, aangezien de absolute omvang van de mijnsector minder dan 5% van het BBP bedraagt. Als je echter het indirecte effect meetelt – de vraaguitval naar machines, componenten en toeleveranciers – is het effect gedurende de afgelopen maanden als een olievlek uitgebreid naar andere sectoren, waarmee inmiddels zelfs de landelijke ISM onder druk is komen te staan.

Dit zie je bijvoorbeeld ook heel sterk als je kijkt naar de risico-opslag die momenteel geëist wordt in de markt voor bedrijfsobligaties: was het eerst voornamelijk de spread in de oliesector die sterk opliep, inmiddels lopen ook de spreads in de bredere industriële sector uit.

Zorgzaam, zeker, maar toch is dit een vrij eenzijdige benadering van het probleem. Zeker, de industriële sector ondervindt (in)direct tegenwind van de olieprijsdaling, maar dit gaat volledig voorbij aan de bijbehorende positieve keerzijde van deze medaille. Lage olieprijzen vertegenwoordigen een verbetering van het besteedbaar inkomen van de Amerikaanse consument. Zo liet het reële besteedbare inkomen voor Amerikaanse huishoudens in augustus een groei van maar liefst 4% zien. Nog nooit eerder is de Amerikaanse economie met een dergelijke groeivoet in een recessie beland. Ik zie geen reden waarom dat deze keer dan wel het geval zal zijn.

(origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van woensdag 7 oktober 2015)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s