Schimmige belastingen

Belastingen: leuker kunnen we het niet maken, wel schimmiger. Die conclusie komt bij me op na het lezen van het Belastingplan 2016, meer in het bijzonder de voorgestelde wijziging van de vermogensbelasting.

Kijk bijvoorbeeld naar de rendementen die er verondersteld worden. In de bijlage van het belastingplan wordt gerekend met een rendement van 8,25% (!) voor aandelen, 4,25% voor vastgoed en 4,0% voor obligaties. Het probleem? Per verschillende beleggingscategorie wordt een totaal andere berekening gehanteerd om op deze rendementscijfers uit te komen. Zo wordt bij aandelen gekozen voor een gecompliceerde methodiek waarbij over de periode 1994 tot 2014 maar liefst 77 (?) verschillende beleggingsperiodes worden gedefinieerd. Verklaring: aandelen zijn nogal volatiel en dat leidt tot grote variatie in uitslag als je een simpel start- en eindpunt neemt. Zit wat in, maar waarom er voor vastgoed – toch ook redelijk volatiel – vervolgens wel doodleuk van zo’n simpel start- en eindpunt wordt uitgegaan is onduidelijk. En waarom kijken we voor vastgoed terug tot 1974, waar we bij aandelen pas vanaf 1994 gaan rekenen? Raadsels.

Obligaties: we nemen een steekproefje

Maar dan obligaties. Onder het mom van waarom-moeilijk-doen-als-het-ook-makkelijk-kan prikken ze het rendement op 4%, omdat – je gelooft het niet – ‘het rendement tussen 2002 en 2008 rond de 4% bewoog’. Ik wil niet flauw doen, maar als wij onze pensioenklanten op basis van een dergelijke ‘steekproef’ zouden adviseren, zouden we op het matje van De Nederlandsche Bank worden geroepen. Als extra verweer wordt bovendien naar voren gebracht dat ‘ook het CPB’ verwacht dat de rente in de periode 2016-2023 naar 4% zal terugkeren. Dat een stijgende rente in de eerste instantie tot een lager rendement op obligaties leidt, wordt gemakshalve verzwegen. Het is makkelijk uit te rekenen dat een kapitaalmarktrente die tot 2023 gestaag oploopt tot 4% per saldo een jaarlijks negatief rendement van 0,2% oplevert. Acht jaar negatief rendement, waar je voor 4% wordt afgerekend: nee, leuker wordt het er inderdaad niet op.

Nu zal het verweer zijn dat er niet naar toekomstige, maar naar gerealiseerde rendementen wordt gekeken. Prima, maar reken dan ook echt met de gerealiseerde rendementen. Weliswaar wordt het recent gerealiseerde rendement meegenomen, maar gegeven dat dat slechts een gewicht van 1/15de krijgt in de berekening, kun je moeilijk anders concluderen dan dat het slechts voor die bühne is opgevoerd: die andere 14/15de zijn de eerder genoemde ‘lange termijn’ rendementen. Met dergelijke gewichten weten we één ding zeker: nooit zal het gerealiseerde rendement in de berekening terugkomen.

Waarom heeft men er niet voor gekozen om de rendementen van de Commissie Parameters over te nemen? Gedegen onderzoek, periodiek uitgevoerd, de leidraad voor de Nederlandse pensioensector. Het zal toch niet zijn omdat die voor rendementen op staatsobligaties (2,5%) en aandelen (7,0%) lagere schattingen afgeven…?

Het zal toch niet?

(Origineel gepubliceerd in het Financieel Dagblad van woensdag 23 september)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s