De nadagen van het Amerikaanse herstel

http://www.bloomberg.com/news/articles/2015-06-30/rodney-dangerfield-u-s-recovery-may-end-up-being-longest-ever

Zes jaar geleden wist de Amerikaanse economie zich aan de grote recessie te ontworstelen. De vraag is nu, hoe lang kan dat nog goed gaan?

Laat ik deze keer eens niet beginnen met de bespreking van de grafiek, maar met een kleine quiz. De vragen zijn waarschijnlijk makkelijk te googlen, maar doe geen moeite zou ik zeggen: de antwoorden geef ik ook. Hier komen de vragen:

Hoe definieert men in de VS een recessie?

  1. twee kwartelen negatieve groei
  2. daar hebben ze een bureautje voor
  3. recessies? Daar doen ze niet aan in de VS hoor!

Sinds 1857 worden er al recessie gemeten in de VS. Hoeveel jaar zit er eigenlijk gemiddeld tussen twee opeenvolgende recessies?

  1. een jaar of drie
  2. een jaar of vijf
  3. een jaar of zeven
  4. recessies? Daar doen ze niet aan in de VS hoor!

Recessies zijn doorgaans slecht voor aandelen. Toch is er een recessie waarin aandelen XX% omhoog gingen. Welk jaar was dat?

  1. recessies? Daar doen we niet aan in de VS hoor!
  2. Dat moet de recessie van ’45 geweest zijn
  3. Nee joh: in 1926 was het goed geld verdienen tijdens de recessie!

Ik zal de aandrang om de antwoorden –a la de Donald Duck –in spiegelbeeld en op zijn kop te presenteren maar even onderdrukken. De antwoorden zullen denk ik trouwens wel verrassen.

Antwoord één: een bureautje
Om te beginnen met vraag 1, het juiste antwoord is een bureautje. Nou ja, een bureautje, misschien is dat een beetje denigrerend voor een instituut met een balanstotaal van 130 miljoen en een jaarlijkse omzet van 37 miljoen. Het gaat om het National Bureau of Economic Research, waar men als een van de taken heeft om vast te stellen of, wanneer en hoelang de Amerikaanse economie in een recessie verkeert. Hierbij kijkt het bureau expliciet niet naar het BBP, maar naar een bredere range van indicatoren zoals het reële inkomen, werkgelegenheid, industriële productie en detailhandel. Hiermee wijkt Amerika af van de gangbare definitie dat een recessie een periode is van twee achtereenvolgende kwartalen van negatieve groei van het BBP.
Dat heeft zo zijn voordelen. Zo bestond het hele concept van het BBP niet voor 1937, waarmee het moeilijk wordt vast te stellen of en wanneer een land precies in recessie was voor die tijd. Dankzij de NBER loopt de datering van de recessies in de VS terug tot 1857, waarmee we dus een veel langere historie hebben. Bovendien zit je qua timing niet aan kwartalen vast, maar kan een recessie dus ook in februari of maart starten. Een nadeel is er ook: echt snel zijn ze niet, die jongens van dat bureautje. Zo neemt de NBER al snel een jaar de tijd om het begin van een recessie vast te stellen. Met een beetje pech is die hele recessie op dat moment al weer achter de rug, maar daar nemen ze vervolgens ook weer een jaar voor om dat vast te stellen. Dan ben je met de BBP methode wel wat sneller…

Antwoord twee: achtendertig maanden
Vraag 2 is de vraag die het meest gaat verrassen, denk ik. Als je de grafiek bekijkt, lijkt de gemiddelde expansiefase –de periode tussen twee recessies- zo’n zestig maanden te duren. Vijf jaar dus. Het goede antwoord is echter dat er gemiddeld slechts achtendertig maanden tussen twee recessies zit, net iets meer dan drie jaar dus! Dat is overigens volledig te danken aan de hoge frequentie van de recessies in de periode 1850-1938, zoals je uit onderstaande grafiek duidelijk kan zien. Geloof het of niet, maar volgens de data van de NBER zat de Amerikaanse economie in de periode 1860-1938 zo’n beetje de helft van de tijd (46%) in een recessie! Dat was deels te danken aan de hogere frequentie van de recessies (die kwamen gemiddeld elke 25 maanden!), maar ook met de lengte van de recessies (21 maanden). Sinds 1938 komt er elke 60 maanden een recessie langs zeilen, die vervolgens zo’n 11 maanden aanhoudt. Een stuk gunstiger dus.

kj9Iw-N6jpvWpdy-qH3r2c9w7vo6ZyCsgbdxXIPu-4wLFghMPzlV-EiUnxhSmHRFXzRgq-QK69cLnByz-98x67o6PGIdqVHbYvu-kS0YINE8QpJILIuKuyn89MbWCTtIyZDiUaUkQHBQ9qxh

Overigens zet die zestig maanden mensen dus aan het denken. Elke zestig maanden een recessie, terwijl de vorige recessie inmiddels 72 maanden achter ons ligt: hoe lang kan dat nog goed gaan? Persoonlijk geloof ik niet dat de frequentie die we in het verleden hebben vastgesteld al te veel voorspellende waarde voor de toekomst heeft. Het is uiteraard niet zo dat recessies plaatsvinden omdat er al een bepaalde periode geen recessie meer heeft plaatsgevonden. Dat maakt die tweede grafiek eigenlijk al wel duidelijk. Recessies zijn over het algemeen het gevolg van opgebouwde onevenwichtigheden in een economie: te hoge investeringen in verkeerde projecten (vastgoed VS), te hoge schuld opgebouwd in de veronderstelling dat het economisch allemaal wel goed zou komen, een te krappe arbeidsmarkt. Als ik naar de huidige stand van de Amerikaanse economie kijk, is er van dergelijke spanningen nog onvoldoende sprake om me nu al zorgen te maken over een nieuwe recessie. Eerst die boom nog, pas dan gaan we het over een bust hebben!

Antwoord drie: alles behalve één.
Maar ik dwaal af. Vraag drie hebben we nog op het programma staan: wat was de beste recessie om belegd in aandelen te zijn? Beleggen ten tijden van recessie is over het algemeen een verlieslatende aangelegenheid, zoals we ons waarschijnlijk nog levendig kunnen herinneren tijdens de 2007-2009 periode. In bovenstaande grafiek staan niet alleen de recessie weergegeven, maar ook het koersverloop van de S&P500 en daar kan je duidelijk zien dat recessies doorgaans (grote) verliezen op de beurs opleveren. Toch is het niet zo dat alle recessies altijd negatieve beleggingsresultaten opleveren, omdat er soms andere factoren zwaarder wegen. Zo was er aan het einde van de tweede wereldoorlog sprake van een kleine recessie, maar het besef dat de Duitsers verslagen zouden worden duwden aandelen hoger. In 1926 was er ook sprake van een recessie, maar dat was in de periode dat er een grote zeepbel werd geblazen in de aandelenmarkt, de voorloper van de crash van 1929. In die periode maalde de beurs niet om economie en stoomde gewoon verder omhoog.

Welke recessie het beste resultaat opleverde is een kwestie van smaak. Met een rendement van 32% staat de 1926 recessie op zich op de eerste plek, gevolgd door de 22% die in 1945 verdiend werd en de 18% die men in 1953 bij kon schrijven. Als je het zo bekijkt lijkt 1926 de winnaar. Neem je echter mee dat de recessie van 1945 slechts 8 maanden duurde en die van 1926 13 maanden, komt 1945 als gunstigste uit de bus, met een geannualiseerd rendement van 33% tegen 29% in 1926. Beide antwoorden reken ik dus goed.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s