Verrassing van 2014

Ongeveer een half jaar geleden schreef ik in ons maandelijkse marktcommentaar voor institutionele klanten dat de grootste verrassing voor 2014 de sterke daling van de kapitaalmarktrente was. Niet tot dan toe, maar gewoon, al terugblikkend op het jaar als geheel. Deels was het uit balorigheid – waarom moet dat terugblikken altijd pas in december gebeuren? – maar ook omdat de draai in de Europese obligatiemarkt ook echt opmerkelijk was.

Inmiddels is het Grote Terugblik Seizoen in alle hevigheid losgebarsten en spant het erom of mijn uitspraak stand houdt. Dat de Duitse kapitaalmarktrente sinds dat marktcommentaar nog eens gehalveerd is en tijdelijk zelfs even onder de 0,7% is gezakt, sterkt mij in mijn oorspronkelijke keuze. Echter, wie de krantenkoppen van de afgelopen weken een beetje in de gaten gehouden heeft, weet dat zich een serieuze uitdager heeft aangediend: de daling, nee, de ineenstorting van de olieprijzen. Gerekend vanaf de piek in juni daalde de prijs van een vat olie de afgelopen zes maanden met een krappe 40%. Een dergelijke daling hebben we uiteraard wel vaker gezien, maar dan meestal ten tijde van wereldrecessies of aan het einde van een militair conflict in het Midden-Oosten. Nog nooit zomaar tijdens 2014, zeg maar.

Goed te verklaren
Nou is die daling overigens goed te verklaren. De korte variant: meer aanbod en minder vraag. Een iets uitgebreidere versie bevat verwijzingen naar de schaliegasrevolutie in de VS en de verzwakking van de wereldeconomie, maar daarvoor verwijs ik graag naar andere bronnen. Mij gaat het hier om de vraag wat deze daling precies voor de financiële markten betekent.
De logische eerste constatering hierbij is dat dit positief is voor de wereldeconomie, aangezien het een verbetering van de koopkracht en winstmarges betekent. De vuistregel is dat een twintig dollar olieprijsdaling de wereldeconomie in het eerste jaar met 0,25% ondersteunt, een percentage dat na drie jaar oploopt tot 1%. Hier komt nog eens bij dat een olieprijsdaling tot een daling in de inflatie(verwachting) leidt. Dit wakkert weer speculatie aan over nieuwe maatregelen van bijvoorbeeld de ECB en vormt daarmee een verdere ondersteuning voor de aandelenmarkt.

Zijn er geen negatieve gevolgen dan? Zeker. Als we het milieuaspect even buiten beschouwing laten, zie ik twee belangrijke risico’s. De eerste is dat de olieprijsdaling negatief uitpakt voor de olieproducerende landen, waarbij met name Rusland kan zorgen voor onzekerheid: een kat in het nauw kan rare sprongen maken. Het tweede risico is negatieve gevolgen voor olieproducerende bedrijven. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de aandelen van deze bedrijven, maar ook voor hun obligaties: met een gewicht van meer dan 15% is de olieproducerende sector namelijk de op één na grootse sector in de Amerikaanse HighYield markt. Voor mij reden om – tijdelijk dan toch – wat minder enthousiast te zijn op HighYield.

(origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 3 december 2014)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s