Amerikaanse aandelen zijn duur. So what?

It’s a bubble, right?

Enkele maanden geleden stond ik bij een collega aan zijn bureau en zag ik op de televisie die daar aan de muur hing een interview met Robert Shiller. Het zal CNBC zijn geweest, of Bloomberg. Zo’n programma waarbij grafiekjes door het beeld vliegen en je de koers van Apple in de balk onderaan het scherm voorbij ziet komen. Het ging over aandelen en de interviewer deed zijn uiterste best om Shiller de woorden in de mond te leggen dat er sprake was van een zeepbel in Amerikaanse aandelen. “It’s a bubble, right?”

Waarom hij zo graag wilde dat Shiller dat zou zeggen was wel duidelijk. Shiller is een van de weinige toonaangevende economen die in 2005-2007 waarschuwde voor een bubble in de Amerikaanse huizenmarkt, nadat hij eerder al in 2000 de zeepbel in aandelenmarkten op het juiste moment had benoemd. Twee zeepbellen uit twee: goede score. Als zo iemand op prime time ‘bubble’ durft te zeggen, heb je een scoop.

Shiller bedankte echter voor de eer. Hij mompelde dat er ‘a little bit of bubble-thinking’ plaatsvond ten aanzien van internetaandelen, maar haastte zich te zeggen dat hij zelf altijd naar de winst van de afgelopen tien jaar keek.  En dat bij een bedrijf als Instagram nog geen tien jaar bestond. De Amerikaanse markt was weliswaar wat aan de dure kant, maar een bubbel, nee. Interviewer teleurgesteld, geen scoop.

Amerikaanse aandelen zijn duur… 

Dat er zorgen bestaan over Amerikaanse aandelen, snap ik overigens goed. De S&P500 steeg in 2012 en 2013 met bijna 50%, terwijl de winstgroei in die periode op 8% bleef steken. Shillers eigen maatstaf van waardering –die zoals gezegd naar de winstontwikkeling van de afgelopen tien jaar kijkt- staat momenteel op 25 keer de winst, maar liefst 50% boven het lange termijn gemiddelde van 16,5. Er is een hele trits aan waarderingsmaatstaven die allemaal in dezelfde richting wijzen: Amerikaanse aandelen zijn duur.

 …maar welke markt is dat nou niet?

Maar waarom moeilijk doen? Waarom spastisch proberen te ontkennen wat duidelijk is? Amerikaanse aandelen zijn duur: so what? Alsof er momenteel nog een markt is die niet duur is… Een Duitse kapitaalmarktrente van 1,3%, terwijl er de komende tien jaar gemiddeld 1,6% inflatie verwacht wordt? Koopje! Of een bedrijfsobligatie in – laten we zeggen – het Spaanse Telefonica dat met 2,3% yield minder rendement biedt dan de Spaanse staatsschuld. U betaalt om het kredietrisico te mogen ontvangen. En bij bedrijfsobligaties die nog wel een respectabele rentevergoeding geven, moet je niet teveel vragen stellen over de onderliggende kwaliteit van het bedrijf. Spreads in de zogenaamde high yield markt zijn terug op de historisch lage niveaus die we in 2005-2007 zagen.

Teken van deze tijd. De vraag is niet of een markt duur is, maar welke markt het minst duur is. Laten ze dat eens aan Shiller vragen. 

(origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad op 21 mei 2014)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s