Consensusverhaaltje

Maanden waren wij er zoet mee geweest. Wij waren in dit geval de economen van de Stafgroep Economisch Onderzoek van de Rabobank, zes jonge conjunctuurvorsers. Het onderwerp zal de ‘Visie op 1998’ zijn geweest, maar ik kan me een jaar vergissen. Dat we er maanden over gedaan hadden was vooral te danken aan het gebruik van een macro-economisch model waarin de schattingen van alle analisten gecontroleerd werden op consistentie. De output van het ene land vormde input van het andere land en het model rekende alles keurig door. Als de Amerika-kenner dus heel optimistisch was over de groei in de VS, zaten alle andere landenspecialisten opeens met hogere groei- en inflatiecijfers opgescheept. Die groei was op zich geen probleem, maar die inflatie wilde natuurlijk niemand. Een nieuwe ronde van aanpassingen volgde, die weer nieuwe reacties tot gevolg had en zo waren we wel even bezig.

Dodelijk
Maanden dus. En toen kwam het grote moment dat we onze visie moesten gaan presenteren aan de afdelingen die iets over economie en financiële markten te zeggen hadden. Wij waren van de lange termijn, zij van de korte. Afdelingen met de voeten in de klei van de financiële markten, die dagelijks contact hadden met grote pensioenfondsen en centrale banken. Daar waar het geld verdiend werd.

Vooral het oordeel van één van hen was dodelijk. Al tijdens de presentatie had hij meer aandacht voor zijn nagels, maar toen we klaar waren maakte hij er maar een woord aan vuil: consensusverhaaltje. Uitgesproken alsof het een vies scheldwoord was. Hij kon er niets mee.

Maanden werk, consensusverhaaltje. Ik kan me de verontwaardiging na die vergadering nog goed herinneren. Maar uiteraard had hij gelijk. Niet alleen hadden we na maanden schaven bijna per definitie een consensus bereikt, maar onze ramingen weken per saldo slechts tienden af van wat de andere banken indertijd dachten.

Daar kan ik niets mee
Inmiddels ben ik er echter achter dat vooral zijn laatste punt belangrijk was: je kan er zo weinig mee. Op mijn werk komen regelmatig strategen van de grote banken langs en je hoort de laatste maanden zelden iets nieuws. Iedereen verwacht dat de Amerikaanse economie zal herstellen, dat de kapitaalmarktrente zal stijgen en zelfs de meest sombere China-kenner prikt de groei op zeven procent, een slordige procent onder dat van de grootste optimist. Goed onderbouwde verhalen, zeker, het komt misschien zelfs ook echt uit, maar na elke presentatie denk ik: consensusverhaaltje, daar kan ik niets mee.

Gelukkig hebben we het internet nog. Misschien niet allemaal even consistent, maar het levert in elk geval meer stof tot nadenken op.

(origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 7 mei 2014)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s