Economen zijn eigenlijk pas wat waard als ze ten minste één conjunctuurcyclus hebben doorlopen. Dat was de stellige mening van mijn direct leidinggevende bij mijn eerste baan als econoom bij de Rabobank. Uiteraard had hij gelijk. Een beetje puntschatten in een hoogconjunctuur, dat kan iedereen; het wordt pas echt relevant als er wat stress in het systeem komt. Goed autorijden leer je niet met zonnig weer op een lege snelweg, maar bij regen of sneeuw op een bochtig parcours.
Uiteraard had hij gelijk, maar uiteraard vonden ik en al mijn econoomcollega’s met minder dan drie jaar werkervaring het maar onzin. Een gevalletje van ‘Oké boomer’ avant la lettre. Hierbij hielp het niet dat zijn argument voornamelijk opdook tijdens het kritische moment van de jaarlijkse beoordelingen. De boodschap die we meekregen was: je bent een prima econoom, daar niet van, maar ja, die cyclus hè? Dat ‘de cyclus’ indertijd al snel een jaar of acht in beslag kon nemen, gaf aan dat die boodschap het jaar erna waarschijnlijk niet heel anders zou zijn. Je ging bijna verlangen naar een recessie …
Dertig jaar later
Dat was een kleine dertig jaar terug, dus inmiddels heb ik als econoom de befaamde cyclustest al een aantal keer doorleefd. Als je me echter vraagt hoe een huis-tuin-en-keukenrecessie nou eigenlijk verloopt, vrees ik dat ik het antwoord schuldig moet blijven. Ik kan uiteraard vertellen hoe een covidrecessie zich voltrekt, heb nog redelijk op mijn netvlies hoe de eurocrisisrecessie verliep, herinner me levendig de paniek onder economen rond de kredietcrisis en kan me zelfs de groeiverzwakking van 2001-2002 nog wel voor de geest halen.
Of ik iets aan die kennis heb in de huidige situatie van sterk opgelopen rentes en koppig hoge inflatie, kun je je echter afvragen. De oorzaken van de afgelopen recessies waren elke keer totaal verschillend, dus het laat zich raden dat de dynamiek daardoor ook elke keer anders was. Van het klassieke beeld van een conjunctuur die zich als een strakke sinusgolf ontwikkelt, met een duidelijke vroeg- en een laatcyclische fase, is eigenlijk slechts zelden sprake geweest. De vorige recessie vond slechts drie jaar geleden plaats, dus wanneer zijn we in dit geval in de laatcyclische fase beland? Hoe een normale recessie eruitziet? Zelfs met dertig jaar ervaring ben ik nog steeds in, uhm, ‘blijde’ afwachting?
Als doorgewinterde econoom — jaja, ‘Oké boomer’ — heb ik dus helaas een (deprimerende) boodschap aan de nieuwe generatie. Economen zijn eigenlijk pas wat waard als ze ten minste vijf conjunctuurcycli hebben doorlopen. Even volhouden dus. Je kunt hem ook omdraaien, natuurlijk. Had iemand deze column dertig jaar geleden geschreven, dan had ik hem zeker gebruikt tijdens mijn jaarlijkse beoordeling. Doe er je voordeel mee, zou ik zeggen.
(Origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 10 mei 2023)