Een recessie én een bullmarkt

Toch opmerkelijk dat in dezelfde week waarin de Europese economie officieel in een recessie verzeild raakte, de vlag werd uitgehangen omdat voor de S&P 500 een nieuwe bullmarkt was aangebroken. De Amerikaanse financiële publicatie Barron’s greep het nieuws aan door een mooie blauwe stier op de voorpagina te plaatsen en de lezers een ronkend rozebrilverhaal voor te leggen. ‘Now the fun part begins’, aldus de korte samenvatting van het artikel.

Een recessie én een bullmarkt. Hoe kan dat, wilde een collega van mij weten. De vraag klonk enigszins verwijtend. Zo van: waar blijft die recessie nou en zouden aandelen niet goedkoper moeten worden in plaats van duurder? Hij klonk alsof hij op een beter koopmoment had zitten wachten en de markt nu van zich weg zag lopen. Om met Barron’s te spreken: ‘Investors are positioned for the worst’, wat het blad onderbouwde met cijfers over de hoge allocatie naar cash onder fondsmanagers en het negatieve sentiment dat heerst bij particuliere beleggers. Ook de term ‘fomo’ —fear of missing out — ontbrak niet in het artikel. Eigenlijk was het hele artikel een soort fomo on steroids, maar dat terzijde.

Dus, hoe kan dat, een recessie en tegelijkertijd een bullmarkt? Er zijn uiteraard sluitende verklaringen te vinden voor die combinatie. De Amerikaanse arbeidsmarkt is sterk, de consumptieve bestedingen blijven op peil, bedrijven weten hun marges te handhaven, de markt kijkt vooruit en breek me de bek niet open over de definitie van een recessie. Of anders wel iets met een pivot van de Fed.

Vraag en aanbod

Mijn antwoord was echter anders. Dat de beurs omhooggaat weerspiegelt een simpele economische wet: meer vraag dan aanbod. Waar die vraag vandaan komt? Dat zijn wij (sparend voor ons pensioen), de Chinezen (overschot lopende rekening dat weer terugvloeit naar de financiële markten), de megarijken (die slechts een deel van hun inkomen opmaken en dus elk jaar geld overhouden) en de bedrijven (die massaal hun eigen aandelen inkopen). En daar zijn sinds kort de petrodollars weer bijgekomen (geld dat in veel gevallen door westerse overheden is opgebracht).

Waar het volgens mij ‘mis’ gaat is dat we alsmaar zoeken naar het verhaal dat groei, winst en verwachtingen in verband brengt met die stijgende beurs. Maar misschien heeft het een helemaal niets met het ander te maken. De beurs stijgt niet omdat de groeiverwachtingen zijn verbeterd (ja, misschien óók), de beurs gaat omhoog omdat er gewoon veel te veel geld op zoek is naar een rustplek.

Betekent dit dat de beurs dus eigenlijk altijd verder omhoog zal gaan? Uiteraard niet, zoals we vorig jaar hebben gezien. Het betekent daarentegen wel dat niet-belegd zijn achteraf gezien niet altijd het gewenste resultaat oplevert. En dat een recessie en een bullmarkt makkelijk samen kunnen gaan.

(Origineel gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 14 juni 2023)

Leave a comment