Niets zo leuk als ranglijsten, ook als het om economie gaat. Wie is de rijkste man van de wereld, welk land is het meest competitief en welke economie groeit het hardst? De uitkomst van die laatste vraag is wellicht wat verassend…
Een kwartaal maakt nog geen zomer
De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal met 4,2%, terwijl de Europese economie met 0,0% geen stap vooruitkwam: het zal weinig moeite kosten om vast te stellen welke economie in dit geval het sterkste groeit. Toch klopt er weinig van een simpele vergelijking als deze, al was het maar dat Amerika haar groeicijfer altijd annualiseert (tot de vierde macht verheft), terwijl Europa het op een simpele kwartaal-op-kwartaal groeicijfer houdt. Daarnaast zegt een vergelijking van één kwartaal natuurlijk niet zo heel veel: dat sterke Amerikaanse groeicijfer komt na een zwak eerste kwartaal (-2,1%). Het beeld wordt al een heel stuk anders als je naar de groeiontwikkeling over het eerste half jaar, of beter nog de laatste vijf jaar kijkt.
Kortom, ranglijsten zijn leuk, maar je moet wel zo veel mogelijk appels met appels zien te vergelijken. Nou is er geen enkele maatstaf die daar echt geschikt voor is, aangezien er nogal wat haken en ogen zitten aan de berekening van de omvang van een economie, zoals dat bij het BBP gebeurt (zie Nigeriaans groeiwonder). Als je dan toch naar het BBP kijkt, dan is de beste maatstaf om BBP per hoofd van de bevolking te nemen. Dat een economie in omvang daalt naarmate er minder mensen consumeren en produceren, mag duidelijk zijn, maar dat zegt uiteraard weinig over de onderliggende groei. Twee procent groei voor Japan, waar de bevolkingsomvang afneemt, is toch een heel stuk knapper dan twee procent groei voor Amerika, waar de bevolking nog steeds gewoon groeit. Door naar het BBP per hoofd van de bevolking te kijken, corrigeer je voor dit effect.
Appels met appels
En zo komen we dus bij de bovenstaande grafiek, die de groeiontwikkeling van de grotere geïndustrialiseerde economieën laat zien. Verrassende ‘winnaar’ is niet de Verenigde Staten, of het Verenigd Koninkrijk, maar Australië. Van een crisis is in dat land bijna geen sprake geweest, getuige de vrijwel on doorbroken stijgende lijn. Nummers twee en drie zijn verrassend genoeg Nieuw-Zeeland en Japan, waarbij het grillige verloop van die laatste overigens wel opvallend is. De zwakste drie blijken de VS, de Eurozone en het VK te zijn.
Nou is dit uiteraard ook weer een beetje goochelen met cijfers. Hadden we 2007 als startpunt gekozen, dan was de VS opgeschoven naar nummer twee en was de Eurozone waarschijnlijk de hekkensluiter geweest.
En de winnaar is….?
Toch is niet de VS en zelfs niet Australië de echte winnaar, want die komt pas naar voren als we de Eurozone in onderdelen opbreken. Ik maak daarbij gebruik van data van het IMF, die tot 2013 lopen. Wat blijkt: Duitsland is met overmacht nummer één en weet zelfs Australië achter zich te laten. De echte hekkensluiters worden hierbij ook gelijk duidelijk: Italië en Spanje. Dat Nederland de laatste jaren is afgebogen in de richting van Frankrijk is hierbij op zijn zachtst gezegd een veeg teken.
Nog één uitsmijter. Dat Australië het zo goed heeft gedaan heeft alles te maken met het feit dat het een groot producent van grondstoffen is. Hiermee schaart het land zich doorgaans in het rijtje van Noorwegen en Canada, die ook beide bekend staan als grondstof producerende landen. Interessant is dan om te kijken hoe die andere twee het hebben gedaan. Wat blijkt: Noorwegen heeft duidelijk niet in dezelfde mate weten te profiteren van de aanwezigheid van grondstoffen, als Australië. Sterker nog, Noorwegen presteert zelfs zwakker dan bijvoorbeeld Nederland en Frankrijk…
Pingback: Voor een dubbeltje geboren… | Best of the Web